Diabetes (dossier)

DOSSIER: DIABETES

Steeds meer en meer mensen krijgen te maken met diabetes, jammer genoeg weet slechts één persoon op twee of zij de ziekte heeft. Misschien ondervind ook u klachten die op diabetes kunnen wijzen? Of werd er reeds diabetes bij u vastgesteld? Leven met diabetes is niet eenvoudig maar u kan, net als ieder ander, een normaal en actief leven leiden. Hoe u dit kan bereiken en veel meer antwoorden op uw vragen omtrent diabetes vind u in dit dossier!

Wat is diabetes?

Hoe herkent u diabetes?

Welke soorten diabetes zijn er?

Hoe wordt diabetes behandeld?

Hoe kan u diabetes opvolgen?

Hoe omgaan met diabetes?

Voordelen voor alle diabetespatiënten
Voordelen voor diabetespatiënten - Onafhankelijk Ziekenfonds 
Voordelen voor diabetespatiënten - Christelijke Mutualiteit 
Voordelen voor diabetespatiënten - Liberale Mutualiteit 
Voordelen voor diabetespatiënten - Vlaams en Neutraal Ziekenfonds 
Voordelen voor diabetespatiënten - De Voorzorg 

Tien gouden regels voor diabetici 

Extra: dagelijkse voetcontrole
Extra: voedingsadviezen
Extra: Vlaamse Diabetes Vereniging VZW

 

WAT IS DIABETES? 

Diabetes (suikerziekte in de volksmond) is een chronische, niet geneesbare aandoening. 
Bij diabetes produceert de pancreas of alvleesklier onvoldoende insuline of is het lichaam ongevoelig voor het effect van insuline. Hierdoor wordt suiker (glucose) vanuit de voeding onvoldoende opgenomen in de verschillende cellen om daar als energiebron te dienen. Daardoor stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed (hyperglycemie) en ontstaan er verschillende klachten.

Deze ziekte komt frequent voor over de hele wereld. Het aantal nieuwe patiënten met diabetes neemt sterk toe, ook in België. Men schat dat België meer dan 450 000 diabetespatiënten telt , waarvan 80 tot 90% aan type 2-diabetes lijden. Daarnaast zouden er naar schatting nog eens zo’n 300.000 mensen zijn die de ziekte hebben, maar zich daar helemaal niet van bewust zijn. Deze mensen laten zich dus niet behandelen wat het risico op gezondheidsproblemen vergroot. Door de vergrijzing zal het aantal mensen met de ziekte de komende jaren steeds groter worden. Dit omdat de vorm die het meest frequent voorkomt, nl. diabetes type II, vooral op relatief oudere leeftijd ontstaat.

Een vroegtijdige opsporing van patiënten met diabetes type 2 is dus noodzakelijk. Er wordt dan ook een gerichte screening aangeraden bij patiënten met een duidelijk verhoogd risico op diabetes type 2. Volgende risicogroepen verdienen aandacht:

  • personen met een voorgeschiedenis van stoornissen in het bloedsuikergehalte (vb: zwangerschapsdiabetes of stress-hyperglykemie bij heelkundige ingreep);
  • personen die behandeld worden met medicatie zoals corticoïden, bepaalde neuroleptica (vb. risperdone, olanzapine), protease-inhibitoren (geneesmiddelen gebruikt bij AIDS);
  • personen die lijden aan een bepaalde aandoeningen die diabetes kunnen veroorzaken (pancreaslijden, alcoholisme);
  • personen vanaf 45 jaar bij wie diabetes type 2 bij eerstegraadsverwanten voorkomt;
  • personen vanaf 45 jaar met kenmerken van het metabool syndroom (zoals gestoorde glykemie, hoge bloeddruk, obesitas en stoornissen in vet- en cholesterolgehalte);
  • personen vanaf 65 jaar, ongeacht of er bijkomende risicofactoren zijn;
  • personen met klachten of symptomen die wijzen op diabetes type 2 (dorst, terugkerende urogenitale infecties, tekenen van diabetescomplicaties).

HOE HERKENT U DIABETES

De eerste tekenen van diabetes zijn vaak (maar niet noodzakelijk altijd!) zweten, duizeligheid, geregeld dorst hebben en meer dan gewoonlijk moeten urineren. Dit kan erop wijzen dat uw bloedsuikerspiegel te hoog is. Men spreekt van 'hyperglycemie'.

Hyperglycemie

Hyperglycemie (een ‘hyper’ in de volksmond) betekent dat er teveel suiker in het bloed zit (250 mg/dl of hoger). In het algemeen is dit een aanwijzing dat de diabetes niet goed onder controle is.  Een hyperglycemie kan optreden als er minder insuline is gespoten dan nodig of als er gedurende een periode meer is gegeten dan gebruikelijk. Minder lichaamsbeweging leidt ook tot meer glucose in het bloed. Infectieziekten (griep) en andere aandoeningen, psychische en lichamelijke stress (operatie, ongeval) en bepaalde geneesmiddelen kunnen uw bloedglucose eveneens verhogen wanneer niet aan de toegenomen behoefte aan insuline wordt voldaan. Ook als insuline niet op de juiste wijze wordt geïnjecteerd, kunnen er verschijnselen optreden die lijken op het begin van de ziekte: grote dorst, veel plassen, vermoeidheid, gewichtsvermindering, droge tong.  Herkent u deze symptomen, controleer dan uw bloedsuiker, drink veel en stop nooit met de behandeling van insuline spuiten of tabletten slikken. Personen die tabletten gebruiken mogen niet zomaar een extra tablet innemen! 

Bij een extreem hoge bloedsuikerspiegel en/of braken, waarschuwt u best uw arts. Wanneer een hyper lang duurt, kunnen ernstige ontregelingen optreden. Hiervan kan u in een coma raken.  Het is dus belangrijk maatregelen te nemen zodra u klachten hebt!

Hebt u regelmatig last van hyperglycemieën, bespreek dit dan met uw arts en/of verpleegkundige.  Misschien is er een aanpassing nodig van uw voedingspatroon of medicatieschema.

Hypoglycemie

Hypoglycemie (een ‘hypo’ in de volksmond) betekent dat de bloedsuikerspiegel te laag is (minder dan 70 mg/dl). Dit kan optreden tijdens de behandeling met insuline of tabletten. Een hypoglycemie kan ontstaan doordat:

  • er een (relatief) te veel is aan insuline als u injecteert of tabletten gebruikt die insuline stimuleren.
  • er een te lage aanvoer is van suiker (bv. te laat beginnen met eten na innemen van tabletten of toedienen van insuline)
  • er een verhoogd suikerverbruik is (bv. sporten)

Een hypo kan worden herkend aan de hand van volgende tekenen:

  • lichte hypo: honger, beven, zweten, concentratieproblemen, duizeligheid, hartkloppingen, wazig zicht, hoofdpijn, tintelingen van voeten, handen, lippen, tong
  • matige hypo: bleekheid, sufheid, vreemd en/of agressief gedrag, wisselend humeur, verwardheid

Bij een hypo is een snelle inname van ‘snelle koolhydraten’ noodzakelijk.  Doorgaans zijn 2 à 3 druivensuikers aangewezen, een andere mogelijkheid is ½ glas frisdrank (geen light!!). Wanneer de geplande maaltijd in aantocht is, kan u die al na een 10-tal minuten nuttigen.  Als de hypo echter tussendoor of nachtelijk voorkomt, vult u veiligheidshalve aan met traagwerkende koolhydraten (bv. brood, pasta, rijst). Hercontrole is nodig want een hypo kan aanslepen. 

Een snelle daling van de bloedsuiker kan ervoor zorgen dat u de waarschuwingssymptomen mist en niet meer in staat bent op tijd een ‘snelle suiker’ in te nemen. U hebt dan iemand anders nodig om uw bloedglucosespiegel terug te verhogen. Het is dus belangrijk dat u uw familie en vrienden laat weten dat u aan diabetes lijdt en uitlegt hoe ze u kunnen helpen in geval van een ernstige hypo. Bij bewusteloosheid mag eten of drinken niet in de mond gestoken worden, er bestaat immers het gevaar van verslikking.  Een glucagon inspuiting (Glucagen®) is dan de juiste oplossing.  In deze (zeldzame) situaties moet de arts ook bijgeroepen worden voor het geval de situatie niet zo snel verbetert als verwacht.

Een enkele keer een hypo of hyper kan geen kwaad.  Hebt u er regelmatig last van dan is uw behandeling waarschijnlijk niet helemaal de juiste.  Bespreek dit met uw arts en/of verpleegkundige. Ook bij uw apotheker kan u altijd met uw vragen terecht.

 

WELKE SOORTEN DIABETES ZIJN ER?

Diabetes type I

Deze vorm van diabetes duikt meestal op tijdens de kinder- of tienerjaren of bij jonge volwassenen.  Daarom werd deze vorm vroeger ook wel ‘jeugddiabetes’ genoemd. De ziekte ontstaat doordat de alvleesklier te weinig insuline maakt. Iemand met type I diabetes is daarom afhankelijk van een levenslange insulinebehandeling.

Diabetes type II

Dit type diabetes werd vroeger ook wel 'ouderdomsdiabetes' genoemd. Maar aangezien de aandoening de laatste jaren steeds op jongere leeftijd voorkomt (40+), is deze term wat achterhaald. Zo’n 90% van alle diabetespatiënten lijdt aan deze vorm van de ziekte. De alvleesklier maakt meestal nog wel insuline, (zij het wel steeds minder en minder) maar de werking ter hoogte van de cellen is onvoldoende (insuline ongevoeligheid = insulineresistentie). Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel van het bloed. 

Zwangerschapdiabetes

Zwangerschapsdiabetes ontstaat in de tweede helft van de zwangerschap en uit zich via een stijging van de bloedsuikerspiegel.  Deze vorm van diabetes doet zich alleen voor tijdens de zwangerschap onder invloed van hormonale veranderingen. Na de bevalling verdwijnt de diabetes meestal binnen 24 uur.

Alle zwangeren worden systematisch gescreend op zwangerschapsdiabetes tijdens de raadpleging. Deze testen (glucose-challenge test en/of orale glucosetolerantietest) worden uitgevoerd tussen een zwangerschapsduur van 24 en 34 weken. In deze periode is de kans op zwangerschapsdiabetes namelijk het meest uitgesproken.

Vrouwen die tijdens hun zwangerschap een verhoogd suikergehalte hadden, lopen meer kans om ook op latere leeftijd diabetes type II te ontwikkelen. Daarom laten ze zich best regelmatig nakijken eens de 40 jaar gepasseerd.

 

HOE WORDT DIABETES BEHANDELD?

 Diabetes is (nog) niet te genezen, wel te behandelen.  Wie zich zorgvuldig houdt aan het behandelschema kan een relatief normaal leven leiden. Daarenboven is ook een gezonde levensstijl uirtermate belangrijk om de ziekte in te perken.

  • Hou uw gewicht onder controle.
  • Rook niet.
  • Beweeg regelmatig. Een half uurtje per dag is gewenst.
  • Beperk vet- en alcoholgebruik.

Er zijn verschillen in de behandeling van de verschillende vormen van diabetes.

Bij type I diabetes maakt het lichaam geen insuline meer aan. Mensen met type I diabetes moeten zichzelf hun leven lang insuline injecteren. Dit gebeurt meestal met een insulinepen. Deze pen heeft een heel fijn naaldje en een vulling met insuline. Sommige insulines werken snel en kort, anderen juist langer.  In overleg met de arts wordt de juiste behandeling vastgesteld, afgestemd op iemands specifieke situatie. 
Voor sommige mensen is zelf injecteren niet de geschikte behandeling.  Een insulinepomp kan dan een oplossing zijn. Via dit apparaatje wordt telkens een klein beetje insuline via een slangetje afgegeven aan het lichaam.

Enkele instructies voor juist insulinegebruik:

  • Bewaring: ongeopende verpakkingen van insuline kan u ten minste drie jaar bewaren als u ze op een koele plaats (tussen 2 en 8°C) legt. Voor alle insulines geldt dat ze niet mogen bevriezen. Wanneer een cartouche in een pen is gebracht, kan u deze tot 4 weken erna gebruiken en bewaren op kamertemperatuur. Een insulinepreparaat dat in gebruik is, legt u zelfs beter niet telkens opnieuw in de koelkast. Zo vermijd u temperatuurschommelingen.
  • Toediening: insuline moet u subcutaan (= onder de huid) toedienen in uw been, bil of buik. Sommige insulinevormen zijn troebel van uitzicht. Bij deze moet u de flacon of pen ten minste 10 maal zwenken voor inspuiting. Als u dit niet doet zal er een groot verschil zijn in effect tussen de eerste en de laatste milliliters van de gebruikte flacon. Bij de inspuiting moet u na volledig indrukken van de spuit 10 seconden wachten voordat u de naald terugtrekt. Zo bent u zeker dat u alle eenheden hebt ingespoten.
  • Wisselen van injectieplaats: voor het toedienen van insuline kan u beter telkens een nieuwe injectieplaats kiezen. Ontsmetten van de injectieplaats met een ontsmettingsmiddel is niet nodig. Insuline is steriel bereid en heeft zelf op zich reeds een ontsmettende werking.
  • Naaldlengte: de huiddikte van de buik, armen en benen varieert, hierdoor kan het nuttig zijn dat u de lengte van de gebruikte naald aanpast. Deze kan u bepalen door in het spuitgebied een losse huidplooi tussen uw duim en vinger te nemen en de dikte ervan te beoordelen. Meestal worden naaldjes van 8 mm gebruikt. Als u naaldjes van 6 mm gebruikt moet u er extra op letten om goed loodrecht op de huid in te spuiten.
  • Naalddikte: tegenwoordig zijn alle naaldjes behoorlijk fijn waardoor praktisch pijnloos insuline kan worden toegediend.
  • Wisselen van de naald: er wordt aanbevolen voor iedere inspuiting een nieuwe naald te gebruiken. Maar bij meerdere inspuitingen per dag is het gebruik van één naald per dag geen probleem.

Bij type II diabetes wordt aanvankelijk nog wel insuline aangemaakt, maar het lichaam reageert niet goed op insuline. Het lichaam moet een handje geholpen worden.

Voor mensen met overgewicht is afvallen de eerste stap in de behandeling. Hierdoor kan de insuline zijn werk veel beter doen. Vijf tot tien procent van uw lichaamsgewicht afvallen scheelt al een stuk. Een tweede advies is: meer bewegen. Dertig minuten per dag helpt al veel! Een stukje fietsen, lopend een boodschapje doen of eens de trap nemen. Die kleine dingen helpen al veel om uw gezondheid te verbeteren. Soms zijn deze maatregelen voldoende om uw diabetes onder controle te houden!

Indien deze maatregelen onvoldoende zijn, moeten tabletten helpen om de bloedsuiker onder controle te houden. De verschillende soorten tabletten kunnen een verschillende werking hebben en ook een wisselende werkingsduur. Sommige stimuleren de alvleesklier om meer insuline af te geven, andere maken het lichaam dan weer gevoeliger voor insuline. Er zijn ook producten op de markt welke de hormonen die betrokken zijn bij de insulinesecretie een duwtje in de rug geven. Samen met uw arts wordt een goede behandeling samengesteld. Mocht het nog steeds niet lukken om de glucosewaarden onder controle te krijgen, dan kan naast de tabletten ook nog insuline gespoten worden. Soms moeten mensen ook helemaal overstappen van tabletten naar insuline omdat de alvleesklier helemaal stopt met de aanmaak van insuline.

Zwangerschapsdiabetes wordt behandeld met voedingsadviezen en met insuline, omdat de tabletten mogelijk ongezond zijn voor het ongeboren kind. 

 

 HOE KAN U DIABETES OPVOLGEN ?

Enkele belangrijke parameters:

Het gewicht: veel diabeten hebben met overgewicht te kampen. Het gewicht is zowel voor de diabeet als voor de arts een belangrijke parameter om de diabetes op te volgen. Een daling van het gewicht bij een diabeet met overgewicht is bijna altijd een gunstig teken. Een stijging van het gewicht daarentegen dient men extra aandacht te geven. De inbreng van een dietist(e) kan hierbij nuttig zijn.

De bloeddruk: een te hoge bloeddruk is gevaarlijk voor uw hart- en bloedvaten, maar ook voor uw ogen en nieren. Uw bloeddruk zou een waarde van 130/85 mm Hg of minder moeten bedragen (125/75 mmHg indien de nieren reeds zijn aangetast). Wanneer bij herhaling deze streefcijfers overschreden worden, zijn geneesmiddelen noodzakelijk.

Urinetesten: het opsporen van suiker in de urine wordt niet meer toegepast. Maar als u last hebt van vermoeidheid, gewichtsverlies, overvloedig urineren, aanhoudende dorst en u voelt zich algemeen onwel dan is het belangrijk uw urine te controleren op aceton. Bij een insulinetekort kunnen uw lichaamscellen glucose niet meer opnemen uit het bloed. Uw lichaam gaat dan op zoek naar een nieuwe energiebron: de vetzuren die zijn opgeslagen in uw vetweefsels. Hierdoor verzuurt uw bloed en komt er acteon terecht in uw urine (ook ketoacidose genoemd). In dit geval is het absoluut noodzakelijk om uw arts te raadplegen. Hij zal een eventuele ziekenhuisopname overwegen.

 

Bloedglucosebepalingen:

Noodzakelijke follow-upmethode: Met behulp van uw glucosemeter kan u controle houden op de diabetesregeling en de effecten van een bepaalde maaltijd op uw bloedsuikerspiegel. Ook kan u door een bloedglucosebepaling mogelijke problemen inschatten (hypo of hyper?) en weten of u uw insulinedosis al dan niet moet aanpassen.

Sommige omstandigheden vragen extra metingen:

  • Wanneer u ziek bent.
  • Wanneer u langdurig verhoogde bloedsuikerspiegels hebt.
  • Wanneer u een hypo voelt.
  • Wanneer u intensieve lichaamsinspanningen, (vb: sport, werk) levert.
  • Wanneer u leefgewoonten veranderen: dieet, feest, vakantie,…

 

Bloedanalyse:

Geglycosyleerd hemoglobine (HbA1c): het suiker in uw bloed kan zich binden aan de kleurstof van de rode bloedcellen. Hoe hoger de glycemie is, hoe meer suiker er “kleeft” aan deze kleurstof. Door de hoeveelheid gesuikerde kleurstof te bepalen (=A1C), weet u hoe hoog de bloedsuikerspiegels de laatste 2 maanden waren. Hoe meer suiker zich heeft vastgezet op deze kleurstof, hoe hoger uw HbA1c zal zijn, en hoe slechter dus uw diabetesregeling was in de afgelopen weken. Op regelmatige basis zal uw arts de suikerbepalingen verkregen via zelfcontrole, toetsen aan een bloedanalyse. Het is noodzakelijk om om de drie maanden een controle van uw HbA1c te laten uitvoeren. Het streefcijfer van uw HbA1c is 7% of lager. Dit om verwikkelingen op lange termijn te voorkomen.

Vetspiegels: Minstens één keer per jaar zou u uw bloedspiegel van cholesterol en triglyceriden (een soort van vetten in je lichaam) moeten laten bepalen. Hierbij zijn de waardes van uw ‘goede’ en ‘slechte’ cholesterol van belang. Als deze te hoog zijn (totale cholesterolwaarde >175mg/dl, ‘slechte’ cholesterol >100mg/dl en triglyceriden >150mg/dl), wordt er eerst getracht om via enkele dieetrichtlijnen uw cholesterol terug te doen dalen tot de normale waarden. Als dit niet voldoende is, wordt er overwogen om medicatie op te starten.

 

Opvolgen van de nierfunctie:
Één van de mogelijke verwikkelingen van diabetes op lange termijn is de aantasting van uw nieren. Meestal merkt u hier niet direct iets van tot op het ogenblik dat de verwikkeling al ver gevorderd is. Het is dan ook heel voornaam dat u éénmaal per jaar de functie van uw nieren laat bepalen. Een beginnende nieraantasting kan men opsporen door de hoeveelheid albumine in de urine te bepalen. Dit is een eiwit dat normaal niet in de urine mag voorkomen. Wanneer deze hoeveelheid in de urine te hoog is, is het tijd om in te grijpen want met de juiste medicatie kan men veel schade beperken.

 

Oogonderzoek:
Aangezien diabetespatiënten meer kans hebben op een beschadiging van het netvlies, is het belangrijk uw ogen jaarlijks te laten controleren. De oogarts zal hierbij met een lichtje in uw oog naar uw netvlies kijken. Ook hier bent u beter vroeg dan laat: het tijdig opstarten van een behandeling kan veel problemen vermijden.

 

Onderzoek van de zenuwgeleiding:
Diabetes kan de geleiding van prikkels in de zenuwbanen van uw lichaam aantasten. Dit uit zich vooral in uw benen en voeten. Klachten die vaak voorkomen zijn krampen, tintelingen en pijn. In dit geval kan u de gevoeligheid van de huid ter hoogte van uw voeten laten testen. Hierbij zal de arts met een fijn en buigzaam staafje druk uitoefenen op verschillende punten van uw voeten en zo bepalen in welke mate uw huid gevoelig is gebleven. Daarnaast kan uw zenuwgeleiding gemeten worden met behulp van een elektromyografie. Dit is een onderzoek waarbij de activiteit van uw spieren en zenuwen gemeten wordt.

 

Onderzoek van hart en bloedvaten:

Elektrocardioram: een jaarlijkse controle met het electrocardiogram, ook EKG genoemd, is zeker aan te raden wanneer u de leeftijd van 45 jaar hebt bereikt. Ook als er geen klachten zijn, is deze controle geen overdreven luxe. Het is een pijnloos en gemakkelijk uit te voeren onderzoek bij uw huisarts. Het EKG zal de elektrische activiteit van uw hartspier meten en zo eventuele afwijkingen ter hoogte van uw hart en bloedvaten kunnen aantonen.

Inspanningstest: bij deze test wordt ook een EKG bepaald maar dan bij inspanning. Dit wil zeggen dat u bij de cardioloog een fietsproef zal uitvoeren waarbij u hart een stevige inspanning zal ondergaan. Dit wordt voornamelijk aangevraagd bij diabetespatiënten met een bijzonder risico voor hart- en vaatziekten.  

 

HOE OMGAAN MET DIABETES?

Diabetespas / zorgmodel 'opvolging'
Tot begin 2016 kon iedere diabetespatiënt gebruik maken van de diabetespas. Deze pas is voornamelijk gericht op patiënten met diabetes type 2. De diabetespas is een handig hulpmiddel voor uzelf, uw huisarts, uw apotheker en andere leden van het zorgteam. De bezitter van de diabetespas kan daarenboven ook genieten van belangrijke tussenkomsten (ongeveer 75%) bij volgende verstrekkingen: tweemaal een halfuur per jaar bij de diëtist en twee consultaties per jaar bij de podoloog (zie 6. voordelen voor diabetespatiënten). Zowel de diëtist en de podoloog moeten erkend zijn. De diabetespas vervalt vanaf 1 februari 2016. Wie nog een diabetespas heeft, kan deze blijven gebruiken tot eind 2017. Nieuwe patiënten krijgen nu dezelfde rechten via een zorgmodel 'opvolging'. Dit zorgmodel moet aangevraagd worden door de huisarts die uw globaal medisch dossier beheert.


Meer informatie over het zorgmodel 'opvolging' kan u vinden op de website van het RIZIV. Uw huisarts of apotheker kan u hier ook vast en zeker wat meer informatie over geven”

 

Zorgtraject Diabetes

Patiënten die 'diabetes type 2' hebben, maar die toch één of twee insulinespuiten per dag nodig hebben, komen sedert 1 september 2009 in aanmerking voor een zorgtraject.

Zelfcontrole
Controle van de bloedsuiker is een essentieel en centraal onderdeel van de behandeling van diabetes. Door zelfcontrole kan U nagaan of de behandeling effect heeft. Aan de hand van de resultaten kunnen uzelf en uw arts de verschillende aspecten van de behandeling op elkaar afstemmen.   
Zelfcontrole is de beste methode om na te gaan hoe uw lichaam reageert op voedsel, sporten, geneesmiddelen, stress en ziekte.  De bloedsuikercontrole vertelt u of u iets moet eten, meer insuline moet spuiten of een stukje moet gaan lopen. U wordt ook gewaarschuwd als uw bloedsuiker zo hoog of zo laag is dat een speciale behandeling nodig is. U kan zelf een aantal zaken opvolgen door bijvoorbeeld uw gewicht bij te houden, uw lichaamsbeweging te noteren, uw bloeddruk zelf te meten en uw suiker zelf te controleren.
Zelfcontrole is echter alleen zinvol als u de resultaten bijhoudt. U kan deze noteren in een schriftje en daarbij ook de bijzonderheden opschrijven, zoals bv. een verkoudheid, slaaptekort, alcoholgebruik,…  U kan dan beter beoordelen – eventueel met hulp van uw arts – of uw therapie moet worden aangepast.
Het is nuttig om uw bloedsuiker te meten op vaste tijdstippen. Diabetespatiënten die tabletten gebruiken, kunnen best één dagcurve per week bijhouden. Meet één maal per week uw bloedglucose vlak voor elke maaltijd en voor het slapen gaan (4 maal per dag). Patiënten die insuline gebruiken zouden elke dag 4 maal moeten meten, voor elke maaltijd en voor het slapen gaan. Verder kan u ook uw bloedgsuiker meten in uitzonderlijke situaties.  Bv. als u een of twee uur na een maaltijd uw bloedsuiker test, weet u hoe hoog deze wordt nadat u bepaalde soorten en hoeveelheden voedingsmiddelen eet. Door om 3 of 4 uur ’s nachts te meten kan u nagaan of u ’s nachts een lage bloedsuiker hebt.
Volg volgende tips om een correct resultaat te verkrijgen van uw bloedsuikermeter:

  • was vooraf uw handen met warm water en laat ze goed drogen. Door de warmte krijgt u een betere doorbloeding in de vingertoppen.
  • Laat uw handen ongeveer een minuut langs uw lichaam naar beneden hangen, zodat er extra bloed in stroomt.
  • Prik bij voorkeur in uw middel- of ringvinger. De wijsvinger en duim gebruikt u veel meer en daardoor zal u ook een klein wondje eerder voelen.
  • Wrijf met een lichte druk van uw handpalm naar de vingertop.
  • Prik bij voorkeur aan de zijkant van de vingertop; daar zit het meeste bloed en is de gevoeligheid het kleinst.
  • Wacht tot de druppel groot genoeg is en breng deze dan aan. Een te kleine druppel kan een onnauwkeurig meetresultaat veroorzaken.
  • Als er teveel of te weinig bloed vrijkomt, kan u bij de volgende prik de prikdiepte van de prikker aanpassen.
  • Let op de houdbaarheidsdatum en de plaats waar u de teststroken bewaart. Sluit telkens de flacon af en bewaar deze in een droge ruimte. Als de teststroken in een flacon zonder deksel een nacht in de badkamer staan, zullen de gemeten resultaten niet langer betrouwbaar zijn. 
  • Bij elke nieuwe verpakking teststrips moet de meter opnieuw geijkt worden.  Dit doet u met de meegeleverde ijkstrip of door het codenummer (op de verpakking van de nieuwe teststrips) te controleren met de waarde die op het afleesscherm van uw meter staat.

Laat je begeleiden door deskundigen

  • Endocrinolo(o)g(e)

Een endocrinolo(o)g(e) is een specialist op het gebied van diabetes. Diabetici die worden behandeld met insuline zullen zich meestal laten begeleiden door een diabetesteam onder leiding van een endocrinolo(o)g(e), in samenwerking met de huisarts. Type II diabetici die niet op insuline staan worden meestal in de eerste lijn gevolgd door een team onder leiding van de huisarts. Bij problemen of bij overschakeling op insulinetherapie wordt een beroep gedaan op de endocrinolo(o)g(e).

  • Huisarts

Uw huisarts is het best geplaatst om diabetes tijdig op te sporen, uw behandeling op te volgen en u te motiveren om uw levensstijl (indien nodig) aan te passen.

  • Verpleegkundige

Verpleegkundigen maken ook deel uit van het diabetesteam. U kan bij hen altijd terecht met vragen i.v.m. diabetes (bv. vragen over het behandelschema, voorkomen van verwikkelingen, voeding, sport …)

  • Apotheker

Uw apotheker is de aangewezen persoon om het hoe en waarom van het medicatieschema uit te leggen. Hij zal u alles vertellen wat u moet weten over uw geneesmiddelen (bv. gebruik, nevenwerkingen, bewaring, houdbaarheid …) Daarnaast kan u bij hem/haar ook altijd terecht voor vragen en advies i.v.m. diabetes.

  • Oogarts

Diabetes kan uw ogen ernstig beschadigen vooraleer u enige veranderingen in uw zicht ondervindt. In sommige gevallen treden er pas klachten op wanneer het al te laat is voor een behandeling. Een jaarlijks preventief onderzoek is dan ook ten zeerste aan te raden voor alle diabetici. Een oogarts kan vroegtijdige letsels opsporen en tijdig behandelen om blindheid te voorkomen.

  • Podolo(o)g(e) – pedicure

Voetverzorging vereist extra aandacht bij diabetici. Regelmatige controle door een podolo(o)g(e) voorkomt ernstige gevolgen.

Indien u in het bezit bent van een diabetespas (of zorgmodel 'opvolging'), krijgt u bij hoog risico elk jaar een gedeeltelijke terugbetaling voor 2 raadplegingen bij een erkend podoloog (zie diabetespas). Op de website van het RIZIV is een lijst beschikbaar van erkende podologen.

  • Diëtist(e)

Het instellen van een juist voedingspatroon is van groot belang bij diabetes. Laat u hierbij helpen door een diëtist(e). Indien u in het bezit bent van een diabetespas (of zorgmodel 'opvolging), krijgt u elk jaar een gedeeltelijke terugbetaling voor 2 raadplegingen (telkens ½ uur) bij een erkende diëtist(e), uitgezonderd de diabetespatiënten die deel uitmaken van de conventie. Om als patiënt in aanmerking te komen voor aansluiting bij de diabetes-conventie moet u behandeld worden met minstens twee insulinespuiten per dag en moet u bereid zijn om minstens 30 bloedsuikermetingen per maand uit te voeren. 
Algemeen voedingsadvies vind u verderop.

  • Seksuolo(o)g(e) – relatietherapeut(e)

Diabetes kan leiden tot seksuele problemen bij zowel mannen als vrouwen.  Durf hierover praten met uw huisarts! Hij/zij kan u doorverwijzen naar deskundigen, nl. een seksuolo(o)g(e) en/of relatietherapeut(e).
 

Familie en vrienden
Een snelle daling van de bloedsuiker kan ervoor zorgen dat u niet meer in staat bent op tijd een ‘snelle suiker’ in te nemen. U hebt dan iemand anders nodig om uw bloedsuikerspiegel terug te verhogen. Het is dus belangrijk dat u uw familie en vrienden laat weten dat u aan diabetes lijdt en uitlegt hoe ze u kunnen helpen in geval van een ernstige hypo. Bij bewusteloosheid mag eten of drinken niet in de mond gedwongen worden, er bestaat immers het gevaar voor verslikking.  Een glucagon inspuiting (Glucagen®) is dan de juiste oplossing. In deze (zeldzame) situatie moet de arts ook bijgeroepen worden voor het geval de situatie niet zo snel verbetert als verwacht.

Werk
Het komt helaas nog steeds voor dat diabetespatiënten worden afgewezen bij sollicitaties omwille van hun aandoening. Diabeten kunnen daar voor een stuk zelf iets aan doen: het is bijvoorbeeld niet noodzakelijk om te vermelden dat u diabetes hebt in uw sollicitatiebrief. Op het sollicitatiegesprek mag zelfs niet gevraagd worden naar de gezondheidstoestand. Later, bij een medische keuring, mag u het niet verzwijgen. Een regelmatige medische controle, samen met een goede zelfcontrole zijn belangrijke pluspunten.
Belangrijk is ook dat u enkele directe medewerkers ervan op de hoogte brengt dat u diabetes hebt en hen uitlegt wat ze kunnen doen in bepaalde noodgevallen.

Op vakantie
Diabetes hebben betekent niet dat u thuis moet blijven! Er zijn zoveel manieren om comfortabel en gemakkelijk te reizen, dat diabetes geen belemmering hoeft te zijn. Net als mensen met astma of een hartafwijking moet u echter wel voorzorgsmaatregelen treffen. Misschien moet u de controle van uw bloedsuiker aanpassen, of uw schema voor de maaltijden en insuline, zeker als u tijdzones overschrijdt.

Uiteraard kan u op reis altijd nog op problemen stuiten, hoe goed u zich ook voorbereidt. Wat moet u doen als de trein een defect krijgt of het eten in het vliegtuig niet op tijd wordt geserveerd? Volg deze tips voor een voorspoedige reis:

  • Zorg voor een schriftelijke verklaring van uw arts, in de aangepaste taal, waarop uw medicatie staat en eventuele andere zaken waarmee rekening moet worden gehouden.
  • Test uw bloedsuiker regelmatig.
  • Spuit uw insuline voor het eten pas als u zeker weet dat u iets zult kunnen eten. Neem altijd een tussendoortje voor noodgevallen mee dat voedzaam is en voldoende energie levert. Een goed voorbeeld hiervan zijn crackers met kaas, een mueslireep of gedroogd fruit. Neem ook altijd een vorm van snelwerkende glucose mee (suikerklontjes of glucosetabletten) voor het geval u een lage bloedsuiker hebt.
  • Wanneer u verre reizen maakt, krijgt u te maken met tijdsverschillen. Gedurende de reisperiode kan u uw bloedsuiker best bijregelen met kortwerkende insuline en iedere 3 uur uw bloedsuiker meten. Wanneer u tijdzones passeert, zet dan onmiddellijk bij aankomst uw horloge op lokale tijd en vervolg uw insulineschema zoals u thuis gewend was. Bespreek vooraf een schema met uw arts en/of diabetesverpleegkundige.
  • Hou op reis altijd uw medicatie, insuline, injectiemateriaal en benodigdheden voor het testen van uw glucose in uw handbagage. Zorg er ook voor dat u een identificatiebewijs bij u hebt, met uw naam, de naam en telefoonnummer van uw arts en/of verpleegkundige.
  • Zorg ervoor dat u eventuele vaccinaties tijdig krijgt, omdat uw diabetes er korte tijd ontregeld van kan zijn.
  • Neem twee keer zoveel insuline en testmateriaal mee als u denkt nodig te hebben. Op sommige plaatsen is het moeilijk om diabetesmateriaal te vinden.
  • Vergeet de extra batterijen niet!
  • Bescherm de insuline tegen direct zonlicht en tegen zeer hoge en lage temperaturen. Als u gaat vliegen, hou de voorraad insuline dan bij u en bewaar die niet in de bagage die misschien heel heet of koud wordt (in de bagageruimte van het vliegtuig).

Sporten/bewegen
Als u diabetes hebt, is lichaamsbeweging nog belangrijker dan voor andere mensen. Door regelmatig te sporten houd u uw bloedsuiker beter onder controle. Dit komt omdat de cellen van uw lichaam gevoeliger worden voor insuline, waardoor de insuline beter werkt. Onderzoek heeft uitgewezen dat sport type II diabetes kan voorkomen. Sporten is dus gewoon heel gezond. U gaat zich beter voelen en ziet er al snel beter uit.

In het algemeen zal uw bloedsuiker stijgen als u eet en dalen als u sport of wanneer u uw medicatie inneemt. Als u sport, gebruiken uw spieren suiker (glucose) als energie. Dit wordt mogelijk gemaakt door de insuline die in uw bloedsomloop circuleert.  Als u wilt gaan sporten, moet u er dus zeker van zijn dat uw voedselinname en medicatie daaraan zijn aangepast, zodat een hypo wordt vermeden.

Een aantal sporten moeten echter vermeden worden door diabetici. Voorbeelden hiervan zijn: diepzeeduiken, alpinisme, parachutespringen, en zweefvliegen. Ze kunnen in het geval van een hypo tot levensgevaarlijke situaties leiden voor uzelf en anderen.

Autorijden

Autorijden mag alleen als u rijgeschikt bent. Dit betekent dat u medisch en psychisch in staat bent om auto te rijden. Voor mensen met diabetes kan de rijgeschiktheid een probleem zijn, onder meer omdat tijdens het autorijden een hypo kan optreden.  Als uw bloedglucose goed is geregeld, zal u meestal wel rijgeschikt worden verklaard.

Diabetici moeten daarom in het bezit zijn van een rijgeschiktheidsattest dat door een arts werd ingevuld en ondertekend.

Men maakt onderscheidt tussen twee groepen:

  • groep 1

Voor het bekomen van een rijbewijs in de categorie A of B zijn er voor een goed geregelde diabeet meestal geen problemen. Het rijgeschiktheidsattest voor groep 1 mag afgeleverd worden door uw huisarts of specialist.  Gebruikt u ook medicatie die een hypoglycemie kan veroorzaken, dan hebt u een ‘rijgeschiktheidsadvies voor groep 1’ nodig van een endocrino-diabetoloog.

Jongeren die voor het eerst een rijbewijs aanvragen hebben ook een dergelijk ‘rijgeschiktheidsattest voor groep 1’ nodig van de behandelend arts. Indien ze eenmaal in het bezit zijn van dit attest kunnen ze deelnemen aan de theoretische en praktische opleiding en aan het examen.

  • groep 2

Onder bepaalde voorwaarden kunnen diabeten nu ook een rijbewijs voor vrachtwagen, autocar of taxi verkrijgen. Hierbij wordt rekening gehouden met bepaalde verwikkelingen, met de stabiliteit van de diabetes, met de (zelf)kennis over de aandoening en met het stipt opvolgen van de behandeling.

Voor deze voertuigen wordt een ‘rijgeschiktheidsattest voor groep 2’ afgeleverd door een keurend arts (bv. Medisch Centrum van de Administratieve Gezondheidsdienst) na advies van een oogarts.  In geval van diabetes heeft men ook een ‘rijgeschiktheidsattest voor groep 2’ van een endocrino-diabetoloog nodig.

Verlengen van het rijbewijs is een puur administratieve stap. U geeft het rijgeschiktheidsattest af op de gemeente (dienst rijbewijs) samen met 2 pasfoto’s. De eerste keer betaalt u een administratieve kost. Een hernieuwing van het aangepast rijbewijs is gratis. Er moet uiteraard niet opnieuw één of ander examen worden afgelegd.  U neemt best enkele kopies van dit attest.  Eén ervan kan u alvast opsturen naar uw autoverzekeringsinstelling. 

(Alle noodzakeljke normen en attesten over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig vind u hier)

 

  

  VOORDELEN VOOR ALLE DIABETESPATIËNTEN

Diabetici met een Globaal Medisch Dossier die reeds een diabetespas hebben, kunnen deze pas blijven gebruiken tot eind 2017. Voor nieuwe patiënten moet de arts die uw globaal medisch dossier beheert het zorgmodel 'opvolging' aanvragen.
De diabetespas of het zorgmodel 'opvolging' geeft recht op een terugbetaling van 2 consultaties (van telkens ½ uur) per jaar bij een diëtist(e). Voorwaarde is wel dat het dieetadvies voorgeschreven wordt door een huisarts, internist of pediater en uitgevoerd wordt door een erkende diëtist(e) (een lijst met alle erkende diëtisten vindt je op www.diabetespas.be: klik op ‘informatie voor patiënten’ bovenaan en vervolgens links op ‘terugbetalingen diëtisten’). 
Diabetici met een hoog riciso op het ontwikkelen van voetwonden (risicoklasse 2b en 3) hebben daarenboven ook recht op terugbetaling van 2 consultaties (van elk 45 minuten) per jaar bij een gegradueerd podolo(o)g(e). Het advies moet door de huisarts, internist of chirurg worden voorgeschreven en door een gegradueerd podolo(o)g(e), erkend door het RIZIV, worden uitgevoerd (een lijst met alle erkende podologen vind u op www.diabetespas.be: klik op ‘informatie voor patiënten’ bovenaan en vervolgens links op ‘terugbetalingen podologen’).  Meer informatie i.v.m. het exacte bedrag van de terugbetaling kan u bekomen bij uw ziekenfonds of op www.diabetespas.be.
De diabetespas en het zorgmodel 'opvolging' is bedoeld voor alle diabetici, ongeacht de leeftijd en/of het type diabetes. Patiënten die opgenomen zijn in de diabetesconventie hebben echter geen recht op een extra consultatie bij de diëtist omdat dit al binnen de diabetesconventie wordt voorzien. Zij kunnen wel genieten van terugbetaling van podologische zorg indien ze een hoog risico op voetwonden hebben.

Naargelang de mutualiteit waarbij u bent aangesloten, kan u als diabtetespatiënt van allerlei voordelen genieten bij de aankoop van een glucosemeter, glucosestrips, het griepvaccin en nog zoveel meer... Voor meer vragen hierover kan je altijd terecht bij je ziekenfonds. 

Een volledige lijst met de contactgegevens van alle ziekenfondsen vind u hier.

  

 

  VOORDELEN VOOR DIABETESPATIËNTEN - ONAFHANKELIJK ZIEKENFONDS

U bent lid bij het onafhankelijk ziekenfonds. Als diabetespatiënt krijgt u een tegemoetkoming tot 80 euro per jaar. U kiest zelf hoe u de tegemoetkoming besteedt. U kan het voordeel gebruiken voor:

  • lidgeld van de diabetesvereniging;
  • teststrips, glucometer, naalden of een glucosepomp
  • controleraadplegingen (forfaitaire som van 40 euro bij 12 controleraadplegingen en 20 euro bij 5 controleraadplegingen).

Voor meer vragen hieromtrent, kan je altijd terecht bij je ziekenfonds of op hun website.

 

VOORDELEN VOOR DIABETESPATIËNTEN - CHRISTELIJKE MUTUALITEIT

U bent lid bij de Christelijke Mutualiteit. Als diabetespatiënt kan u bij hen van volgende voordelen genieten:

  • Insuline afhankelijke diabetici kunnen eveneens genieten van een tussenkomst bij aankoop van glucosestrips: 0,20 € per strip, tot 120 € per jaar.  Voorwaarden hiervoor zijn: 
    • u hebt een attest van insuline afhankelijkheid, afgeleverd door uw arts  
    • u hebt een origineel aankoopbewijs van uw glucosestrips (geen kopie)

Het enige wat u moet doen is uw aankoopbewijs van uw glucosestrips samen met het doktersattest van insulineafhankelijkheid deponeren in één van de CM-brievenbussen.

  • Als diabetespatiënt loopt u een hoger risico om griep op te lopen. U krijgt daarom het remgeld van het vaccin terugbetaald.

Voor meer informatie hieromtrent kan u altijd terecht bij uw ziekenfonds of op hun website.

 


VOORDELEN DIABETESPATIËNTEN - LIBERALE MUTUALITEIT

U bent lid bij de Liberale Mutualiteit. Als diabetespatiënt kan u bij hen van volgende voordelen genieten:

  • Diabetespatiënten ontvangen een tussenkomst in de aankoop van een bloedglucosemeter en –strips. Bij de eerste aanvraag is een medisch attest vereist. 

bloedglucosestrips: de tussenkomst bedraagt 5 € per 25 strips met een maximum tussenkomst van 100 euro per jaar.  Voorwaarde hiervoor is dat u de factuur of het BVAC-attest afgeleverd door de apotheker kan voorleggen.

  • U geniet van een tussenkomst van 5 € per voetverzorgingsbeurt en dit voor een maximum van 8 beurten per jaar. 
  • Als diabetespatiënt loopt u een hoger risico om griep op te lopen. U krijgt daarom het remgeld van het vaccin terugbetaald.

Voor meer informatie hieromtrent, kan u altijd terecht bij uw ziekenfonds of op hun website.  

 

VOORDELEN VOOR DIABETSPATIËNTEN - VLAAMS EN NEUTRAAL ZIEKENFONDS

U bent lid bij het Vlaams en neutraal ziekenfonds. Als diabetespatiënt kan u bij hen van volgende voordelen genieten:

  • Indien u diabetespatiënt bent, word u een gratis bloedglucosemeter bezorgd en krijgt u een korting van 50% voor de glucosestrips die u bij het ziekenfonds aankoopt. Koopt u dit materiaal elders, dan betaalt het ziekenfonds tot 50 € voor de aanschaf van een meter (éénmalig) en 5 € per 25 strips met een maximum van 100 € per jaar. Dit geldt enkel voor diabetespatiënten die geen deel uitmaken van de diabetesconventie! De aanvraag voor de tegemoetkoming van uw diabetesmateriaal vind u hier.
    Als diabetespatiënt loopt u meer risico om griep te krijgen. Het is dus belangrijk om u jaarlijks te laten vaccineren. Uw ziekenfonds betaalt 50% van de kosten terug van alle vaccinaties.
  • 65-plussers genieten van een tegemoetkoming van 5 € per pedicure-behandeling met een maximum van 25 € per persoon per jaar (5 beurten per kalenderjaar).
    Personen jonger dan 65 jaar kunnen van een tussenkomst genieten wanneer er een medische noodzaak is: bv. gevoelsstoornissen in de onderste ledematen, orthopedische of reumatologische aandoeningen. U moet wel een medisch attest kunnen voorleggen dat het bestaan van deze aandoening(en) bewijst. De aanvraag voor een tegemoetkoming voor uw voetverzorging vind u hier.

Voor meer informatie hieromtrent, kan u altijd terecht bij je ziekenfond of op hun website.  

 

VOORDELEN VOOR DIABETESPATIËNTEN - DE VOORZORG

 
U bent lid bij de Voorzorg. Als diabetespatiënt kan u bij hen van volgende voorzorgen genieten:

  • Indien u in regel bent met de aanvullende verzekering, kan u een tussenkomst bekomen voor een voetverzorgingsbeurt van 6,20 € per behandelingsbeurt met een maximum van 2 behandelingsbeurten per jaar.  Voorwaarde hiervoor is dat de voeten moeten verzorgd worden door een gediplomeerd(e) en door de Voorzorg erkende voetverzorg(st)er.
    Wie tien keer zijn voeten laat verzorgen, ontvangt onder bepaalde voorwaarden een gratis voetmassagebad.
  • Als diabetespatiënt hebt u een hoger risico om griep op te lopen. Het is dus belangrijk dat u zich jaarlijks laat vaccineren. U kan daarom rekenen op een tegemoetkoming in de kostprijs van het vaccin.

Voor meer informatie hieromtrent, kan u altijd terecht bij uw ziekenfonds of op hun website. Indien u verandert van ziekenfonds, vraag ons dan om uw gezondheidswijzer aan te passen.

 

TIEN GOUDEN REGELS VOOR DIABETICI

  1.  Eet gezond en evenwichtig
    Een optimale behandeling van de ziekte vereist een evenwichtige en afwisselende voeding. Vermindering van het vetverbruik is voor diabetici des te belangrijker omdat zij een groter risico lopen op aderverkalking. Belangrijk is ook dat u uw alcoholverbruik matigt. Alcohol vergroot namelijk de kans op een hypo en alcoholische dranken bevatten vaak veel suiker.

      
  2. Beweeg voldoende
    Het heeft een enorm gunstig effect op uw hart- en bloedvaten en op uw bloedsuikerspiegel. Dagelijks een halfuurtje bewegen doet al wonderen.

      
  3. Zorg dat u altijd een beetje suiker bij de hand hebt
    Bij een hypo is een snelle inname van ‘snelle suikers’ noodzakelijk. Een hypo kan op die manier snel en doeltreffend worden opgevangen.

      
  4. Respecteer uw medicatie
    Indien u uw medicatieschema niet respecteert, vergroot u de kans op het ontstaan van verwikkelingen op korte termijn (hypo/hyper) en op lange termijn (oogschade, nierschade, diabetische voet, aderverkalking).

      
  5. Oogcontrole: jaarlijks oogonderzoek
    Slecht geregelde diabetes kan op termijn voor oogproblemen zorgen. Het eerste stadium (waarin u zelf nog niets merkt!), kan de oogarts opmerken wanneer hij met een lichtje in het oog kijkt. Vandaar het belang van een jaarlijks oogonderzoek!

      
  6. Stop met roken
    Roken is zeer schadelijk voor de gezondheid. Dat geldt voor iedereen maar zeker voor diabetespatiënten die sowiezo al gevaar lopen voor onder meer vaatcomplicaties.  De combinatie van roken en diabetes is dan ook bijzonder slecht voor de kleine en grote slagaders.

  7. Niercontrole: jaarlijks urineonderzoek
    De nieren kunnen op termijn eveneens worden aangetast als de diabetes niet goed onder controle wordt gehouden. Nieraantasting voelt u niet aankomen. Een jaarlijks urineonderzoek kan dit probleem tijdig opsporen.

      
  8. Dagelijkse voetcontrole
    Voetafwijkingen komen bij diabetici buitengewoon vaak voor.  Dagelijks de voeten inspecteren is dan ook zeer belangrijk!

      
  9. Laat je jaarlijks vaccineren tegen griep
    Diabetici hebben bij griep een verhoogd risico op griepcomplicaties zoals longontsteking. De infectie zorgt er eveneens voor dat uw bloedsuikerspiegel minder goed controleerbaar wordt. Diabetici wordt dus aangeraden zich jaarlijks te laten vaccineren tegen griep.

     
  10. Mondhygiëne: halfjaarlijks bezoek aan de tandarts
    Mensen met diabetes hebben 2x zoveel kans op tandvleesaandoeningen als mensen zonder diabetes. Een halfjaarlijks bezoek aan de tandarts is dus aan te raden.

 

EXTRA: DAGELIJKSE VOETCONTROLE

Door slecht geregelde diabetes kunnen de bloedvaten en het zenuwstelsel van uw voeten beschadigd geraken. Er stroomt dan minder bloed naar uw voeten. U krijgt minder gevoel in uw voeten en daardoor kan u ongemerkt wondjes en blaren oplopen. Door de diabetes genezen wondjes minder snel en kunnen hierdoor gemakkelijk infecteren. Ook kunnen er druk- en eeltplekken ontstaan waardoor er onder deze plekken een ontsteking kan ontstaan. Dagelijks extra aandacht besteden aan uw voeten, is dus geen overbodige luxe!

Verzorging van de voeten
U dient uw voeten dagelijks te verzorgen. Let hierbij op volgende zaken:

  • gebruik lauw water (36-37°C), u kan de temperatuur controleren m.b.v. een badthermometer → te warm water kan de huid verbranden en een verwonding geven
  • gebruik een washandje en een niet-irriterende zeep → een borstel, touwhandschoen of agressieve producten kunnen de huid verwonden.
  • Was de hele voet. Vergeet de ruimte tussen de tenen niet!
  • Neem voetbaden van minder dan 5 minuten → langdurige voetbaden (meer dan 5 minuten) maken de gezonde huid zacht en bevorderen het verweken van de huid tussen de tenen en onder de hoornachtige zones.
  • Spoel de hele voet af en controleer daarbij goed de temperatuur van het water
  • Droog de HELE voet goed, in het bijzonder tussen de tenen (met een handdoek) → de voeten vochtig laten kan aanleiding geven tot verweking en infectie.
  • Knip de nagels recht af en niet te kort, zodat de zijkanten van de nagels niet in de huid groeien.
  • Smeer de voeten in zodat de huid niet uitdroogt. Gebruik hiervoor een goede voetencrème die u licht masserend en dun aanbrengt. Breng echter nooit crème aan tussen de tenen en vermijd het gebruik van teveel talk, want dat zou de verweking van de huid kunnen bevorderen.

Onderzoek van de voeten
Om uw voeten goed te kunnen onderzoeken moet u gemakkelijk zitten, beschikken over een goede verlichting en eventueel met een spiegel de onderkant van uw voeten bekijken. Wanneer u slecht ziet of niet meer lenig bent, vraag dan aan iemand anders om naar uw voeten te kijken. 
Als u een van de volgende verschijnselen merkt, kan u dat melden tijdens uw volgende bezoek aan uw arts of podoloog:

  • Eeltplekken: deze plekken met een overmaat van verhoorning (vaak onder de voet) drukken op de huid, maken ze breekbaar en bevorderen het woekeren van bacteriën
  • Wondjes tussen de tenen: wanneer u een verwonding hebt, moet u deze ontsmetten en beschermen en zo snel mogelijk uw arts consulteren. Ontsmet steeds met een steriel gaasje en een doorzichtig antiseptisch middel. 
  • Likdoorns: deze zijn gelegen ofwel op de tenen; het ontstaan ervan wordt bevorderd door de wrijving van de tenen tegen de binnenkant van de schoenen, ofwel tussen de tenen (eksterogen).
  • Kloven: in deze barsten in het eelt (vaak aan de hielen) kunnen zich makkelijk microben nestelen. Indien u hiervan last hebt, gebruik dan nooit instrumenten waarmee u uw voeten kan verwonden zoals scheermesjes, raspen, schaartjes, enz. Het gebruik van likdoornzalf wordt ook best vermeden.
  • Verkleuring (wit, blauw, rood) of koud aanvoelen van de huid
  • Doof gevoel in de voeten
  • Overgevoeligheid voor lichte druk
  • Een verwonding waar u niets van hebt gevoeld
  • Ongevoeligheid voor warmte of koude
  • Tintelingen of krampen in een voet of been
  • Pijn in de benen tijdens het lopen, die bij het stilstaan weer verdwijnt

 De juiste schoenen kiezen + geschikt onderhoud
Een goede schoen dient soepel, licht en van leer te zijn, en dient een anti-slipzool te hebben, die niet te dik is (je moet de grond kunnen voelen). Enkel de zool mag uit een ander materiaal dan leer vervaardigd zijn. Vermijd een te hoge of te lage hak. De schoen mag rond de middenvoet niet knellen, maar ook niet te ruim zitten. 

Drie handelingen zijn van essetieel belang voor een goede keuze:

            1. Als u de schoen op een effen oppervlak plaatst, dan moet de hele hak het oppervlak raken

            2. Als u de schoen wringt, dan mag de zool niet bewegen

            3. Als u de schoen buigt, dan mag de zool niet meebuigen

U moet zich onmiddellijk comfortabel voelen in uw schoenen!

Eenmaal de juiste schoen gekozen, is het ook van belang om uw schoenen in een goede staat te houden. Volgende tips kunnen hierbij helpen:

  • poets regelmatig de schoenen om het leer soepel te houden
  • u dient minstens 2 paar schoenen te hebben, zodat u ze om de andere dag kunt laten rusten en ademen
  • let op slijtage van de hakken en laat de afgesleten delen vervangen. Vervorming of abnormale slijtage kunnen het gevolg zijn van een loopstoornis.
  • controleer voordat u uw schoenen aantrekt op oneffenheden of losse voorwerpen.

Denk eraan om steeds (gepast) schoeisel te dragen, zelf binnenshuis (pantoffels), op het strand (sandalen) of in het zwembad (plastic sandalen). 

 

EXTRA: VOEDINGSADVIEZEN

De basis van ieder voedingsadvies is: eet gezond en gevarieerd.  Diabetespatiënten moeten op volgende punten extra letten:

  • suiker mag, maar met mate
  • eet regelmatig
  • neem magere producten
  • vervang producten met verzadigd vet door producten met onverzadigd vet
  • er bestaan voedingssupplementen op basis van kaneel die bijdragen tot een evenwichtige suikerspiegel. Vraag uw apotheker voor meer informatie.

Suiker mag maar met mate
In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, is bij diabetes het gebruik van suiker toegestaan. Het is dus niet nodig om speciale suikervrije diabetesproducten te kopen. U mag bijvoorbeeld voor gewone jam kiezen. Toch blijft het voor iedereen gezond om matig te zijn met suiker. Het helpt mee om een normaal lichaamsgewicht te behouden of te bereiken.

Eet regelmatig
Neem dagelijks drie hoofdmaaltijden en een aantal keren iets tussendoor. Regelmatig eten is belangrijk voor het behoud van een normale bloedsuikerspiegel. Voor mensen die bloedsuikerverlagende medicatie (insuline of tabletten) gebruiken, is het extra belangrijk om regelmatig te eten.

Vervang producten met verzadigd vet door producten met onverzadigd vet of magere producten.

  • kies (dieet)halvarine, olie en vloeibare bak- en braadproducten in plaats van roomboter, harde margarines en bak-en braadproducten. 
  • kies mager vlees en magere vleeswaren (rookvlees) in plaats van vet vlees en vette vleeswaren zoals worst en ontbijtspek
  • kies 20+ kaas, 30+ kaas of magere smeerkaas in plaats van volvette kaas (48+ en 60+ kaas, roomkaas)
  • kies magere of halfvolle melk en melkproducten in plaats van volle melk en melkproducten
  • kies verstandige tussendoortjes in plaats van snacks, taart, koekjes, cake, chocolade, enz.

Voor iemand met diabetes is het van belang ook het cholesterolgehalte in de gaten te houden. Eet daarom zo min mogelijk (hooguit eens in de twee weken) lever, nier, paling of garnalen en eet niet meer (liefst minder) dan drie eieren per week.

Verstandige tussendoortjes voor diabetici zijn:

  • rauwkost, bijvoorbeeld: bloemkoolroosjes, kerstomaatjes, komkommer, radijs, bleekselderij en wortel
  • noten zoals walnoten, hazelnoten en amandelen. Noten zijn rijk aan vet, maar wel van de goede soort. Neem nooit meer dan een handje vol.
  • een portie fruit of een boterham
  • biscuits, rijstwafels, popcorn, kroepoek, japanse mix, zoute stokjes, toastjes met magere smeerkaas of vis

 

Voedingssupplement op basis van kaneel
Iedere dag een kwart van een theelepel kaneel zou voldoende zijn om uw bloedsuikerspiegel op peil te houden en zou het optreden van suikerziekte kunnen voorkomen. Kaneel helpt namelijk uw vetcellen om insuline te herkennen en erop te reageren. Dit voedingssupplement is eveneens verkrijgbaar in de vorm van capsules. Voor meer informatie kan u terecht bij uw apotheker.

 

 OPMERKING: ZOETSTOFFEN

Zoetstoffen vervangen de zoete smaak van suiker, maar bevatten geen of weinig koolhydraten, zodat het bloedsuikergehalte er niet door stijgt. Zoetstoffen worden onder verschillende merknamen verkocht en bestaan in allerlei vormen (poeder, vloeistof en tabletten).  Er zijn zoetstoffen die veel energie leveren, zoals sorbitol, lactitol en xylitol.  Zoetstoffen die geen energie leveren zijn cyclamaten, saccharine en aspartaam. De zoetstoffen die geen energie leveren hebben de voorkeur boven energieleverende zoetstoffen.

 

EXTRA: VLAAMSE DIABETES VERENIGING VZW

De Vlaamse Diabetes Vereniging vzw (VDV) heeft als doel de levenskwaliteit van alle diabetespatiënten te verbeteren. Zowel mensen met diabetes en hun sociale omgeving als hun zorgverleners maken samen deel uit van de meer dan 23000 leden. Op deze manier bieden ze een brede basis van informatie en komen ze op voor de belangen van mensen met diabetes. De VDV heeft 26 plaatselijke afdelingen verspreid over heel Vlaanderen. Ze organiseren infoavonden, ontspannende activiteiten, discussiefora en leveren zelfzorgmateriaal aan voordelige prijzen. Als lid van de VDV ontvangt u tweemaandelijks het tijdschrift Diabetes Info. U kan ook steeds gratis de diabetes infolijn bellen op het nummer 0800/96333 (dagelijks van 9.00 tot 17.00). Voor meer informatie kan u hier terecht.

 

Indien u na het lezen van deze tekst nog enige vragen hebt, stel ze ons gerust! 

 

Diabetes mag u niet beletten om een aangenaam leven te leiden!